Er zijn voornemens naar buiten gebracht om de overdrachtsbelasting voor de periode 2021 – 2025 deels af te schaffen. Het is de bedoeling dat daar vooral starters en jongeren tot 35 jaar van zullen profiteren. De belangrijkste elementen van de plannen zijn: - Kopers van 18 tot 35 jaar die zelf een koopwoning gaan betrekken, betalen eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning. Het maakt niet uit of ze ooit eerder een woning hebben gekocht of niet; voorwaarde is wel dat de koper de startersvrijstelling voor overdrachtsbelasting niet eerder heeft ontvangen.
- Kopers van 35 jaar of ouder of kopers die vanaf 2021 al eerder gebruik hebben gemaakt van de vrijstelling betalen 2% overdrachtsbelasting over de koopsom. Voorwaarde is dat zij zelf in de gekochte woning gaan wonen en dat schriftelijk aangeven bij een notaris. Kopers die niet zelf in de woning gaan wonen, zoals beleggers en investeerders, betalen 8% overdrachtsbelasting. Dat geldt ook voor ouders die een woning kopen voor hun kind. De Belastingdienst controleert achteraf of een koper zelf in de gekochte woning woont of niet eerder gebruik heeft gemaakt van de vrijstelling.
- Wat nu als een van de kopers ouder is dan 35 jaar en een jonger? Welnu, de vrijstelling van overdrachtsbelasting is persoonlijk. Degene van 35 jaar of ouder betaalt 2% overdrachtsbelasting. Degene die jonger is dan 35 jaar betaalt geen overdrachtsbelasting over zijn of haar deel (als hij/zij ook voldoet aan de andere voorwaarden).
- Wat als de sleuteloverdracht van de net gekochte woning in december 2020 plaatsvindt? In dat geval moet u gewoon overdrachtsbelasting betalen. Het is misschien verstandig om het gesprek aan te gaan met de verkoper om de overdracht uit te stellen tot na de jaarwisseling (vanaf 1 januari 2021). Als de verkoper niet wil meewerken, dan houdt alles op. Hij is niet verplicht mee te werken.
- Als de overdracht wordt uitgesteld, dan kan er wel een sleutelverklaring overeengekomen worden. Dat betekent dat koper en verkoper afspreken dat de koper vòòr de officiële overdracht alvast een sleutel van de woning krijgt. In de verklaring worden de afspraken vastgelegd. Je moet als koper wel oppassen. Als de officiële eigendomsoverdracht bij de notaris later dan een maand na de sleutelafgifte plaatsvindt, dan moet de koper mogelijk 8% overdrachtsbelasting betalen.
Alleenstaanden worden dus (nog) meer aangewezen op de middenhuur. Juist in regio’s met een hoge woningmarktdruk is dit segment maar beperkt beschikbaar. Ook ouderenorganisaties vrezen deze gevolgen van de nieuwe inkomenseisen. Voor alleenstaande ouderen met een AOW en een klein pensioen wordt het straks moeilijker om een vaak grote en ongeschikte eengezinswoning te verruilen voor een kleinere sociale huurwoning. Enigszins geruststellend is dat de regering hier wel al op geanticipeerd heeft door woningcorporaties de mogelijkheid te geven om hun vrije toewijzingsruimte anders in te richten wanneer hier lokaal behoefte aan is (naar maximaal 15% in plaats van de standaard 7,5%). In regio’s met veel (oudere) alleenstaanden kan dus meer worden toegewezen aan eenpersoonshuishoudens.Ten slotte heeft de nieuwe regelgeving consequenties voor de toekomst. Omdat het aandeel eenpersoonshuishoudens zal toenemen komt er ook een steeds grotere groep alleenstaanden die geen aanspraak meer kan maken op een sociale huurwoning met de nieuwe inkomensgrenzen. De vraag is wie de groeiende groep alleenstaande huishoudens met een laag middeninkomen van betaalbare huisvesting gaat voorzien.Ondanks alle evidente gebreken, is het wetsvoorstel Huur en Inkomen goedgekeurd. Het is nu wachten op de Tweede en de Eerste Kamer. Gelet op de stemming in het land onder meer door Covid-19 en alle mogelijke negatieve gevolgen van dien, is het moeilijk voorstelbaar dat dit voorstel ongeschonden de eindstreep haalt. Covid-19 zorgt voor een oplopende werkloosheid en nog meer inkomensonzekerheid. Dat maakt de toegang tot de woningmarkt nog onzekerder en moeilijker. De overheid moet nu leveren!